In de jaren ‘70 steelt FC Twente de harten van vele voetballiefhebbers en krijgt de ploeg van Kees Rijvers en later Spitz Kohn aansluiting met de nationale, en zelfs de internationale top. In 1974 wordt op de voorlaatste speeldag het kampioenschap verspeelt aan Feyenoord, maar twee jaar later, in het seizoen 1976-1977, waarin de ploeg voor het eerst sinds jaren beneden verwachting presteert in de Eredivisie en uiteindelijk genoegen moet nemen met de negende plek, is het juist wel raak. Op donderdag 19 mei 1977 wint FC Twente de KNVB-beker door met 3-0 van PEC Zwolle te winnen.
Zoals gezegd presteerden de Tukkers dat seizoen ondermaats. Langdurige blessures van belangrijke spelers liggen hieraan ten grondslag. Doordat de rol in de competitie al snel is uitgespeeld worden alle kaarten gezet op het bekertoernooi. FC Twente wint in de eerste ronde van Go Ahead Eagles, in de tweede ronde wordt Feyenoord verslagen en in de kwartfinale moet NAC eraan geloven. In de halve finale wacht de confrontatie met AZ’67. De Alkmaarders zijn, vooral door de investeringen van de puissant rijke gebroeders Molenaar, bezig om de vaderlandse top te bestormen en hebben de beschikking over erkende topvoetballers als Willem van Hanegem, Kristen Nygaard, Kees Kist en John Metgod. De halve finale vindt plaats op neutraal terrein, in Den Bosch. Na verlenging wint FC Twente met 1-0. Piet Wildschut is de doelpuntenmaker. In de andere halve finale wint PEC Zwolle verassend met 2-1 van FC Den Haag.
De finale vindt daardoor plaats tussen twee clubs uit Overijssel. De besturen van PEC Zwolle en FC Twente dringen er daarom bij de KNVB op aan om de finale in Nijmeegse Goffert te laten spelen. Ze willen hiermee de supporters een lange en dure busreis besparen en er een oostelijke happening van maken. De KNVB is in eerste instantie niet gevoelig voor de Overijsselse lobby. Sinds een aantal jaren wordt de bekerfinale afgewerkt in de Rotterdamse Kuip en de voetbalbond wil hiermee een traditie opbouwen. Uiteindelijk komt de KNVB na langdurig overleg met beide clubs toch tegemoet aan de wensen van de finalisten. Toenmalig commercieel directeur Ton van Dalen in de Twentsche Courant van 4 mei 1977 hierover: ‘We hebben de KNVB gewezen op de cijfers van twee jaar geleden, toen wij de finale in de Kuip tegen FC Den Haag moesten spelen. Toen zaten er, hoewel de Hagenaars dus bijna een thuiswedstrijd speelden, maar 18.000 betalende toeschouwers in de Kuip. Daarnaast zouden we in Rotterdam 54 procent van de bruto-recette moeten afdragen terwijl dit percentage in Nijmegen op 37 procent ligt.’
De KNVB zwicht dus uiteindelijk voor de lobby van beide finalisten en achteraf blijkt dit terecht te zijn geweest. Op Hemelvaartsdag zit de Goffert met 26.000 toeschouwers tot de nok toe gevuld. FC Twente is vooraf de grote favoriet. Deze status hebben de Enschedeërs te danken aan hun goede reputatie in de voorgaande jaren en vooral ook omdat de tegenstander uitkomt in de eerste divisie. Toch zijn de Tukkers gewaarschuwd want twee jaar eerder waren ze ook de torenhoge favoriet tegen FC Den Haag en ging het uiteindelijk mis. Van onderschatting is dan ook geen sprake.
Een opvallende naam in de opstelling van de Tukkers is die van Harry Bruggink. De verdediger uit het Achterhoekse Varsseveld stond doorgaans reserve. ‘En niet ten onrechte’, aldus de bescheiden Bruggink. ‘De spelers die ik voor me had, waren simpelweg beter. Uitgerekend dat seizoen en in de aanloop naar de bekerfinale stond ik regelmatig in de basis. Normaliter had ik Kale Oranen voor me, maar hij was geblesseerd waardoor ik mijn opwachting mocht maken.’
Uiteindelijk speelde Bruggink 120 minuten in de gewonnen bekerfinale. ‘Het absolute hoogtepunt uit mijn carrière, zoals gezegd ik speelde niet veel, maar uitgerekend toen FC Twente haar eerste hoofdprijs pakte stond ik in de basis. Ik had het in die finale best lastig tegen Ronald Hendriks een snelle, onberekenbare buitenspeler. Zwolle kreeg ook een aantal kansen, maar na de ongelooflijke knal van Epi Drost was het verzet gebroken. We speelden geen beste wedstrijd, maar dat waren we na afloop snel vergeten.’
In de eerste helft komt Twente inderdaad een aantal keren goed weg. De Zwollenaren hebben duidelijk het betere van het spel en drukken de nerveus spelende Enschedeërs in de verdediging. Een kopbal op de lat en de hulp van scheidsrechter De Bruin, die een glaszuiver Zwols doelpunt wegens buitenspel ten onrechte afkeurt, voorkomen dat de Tukkers op achterstand komen.
Na de rust trok Twente het initiatief meer naar zich toe. Jan Jeuring, die zijn laatste wedstrijd speelt voor de Tukkers, vervangt de tegenvallende Hallvar Thoresen en brengt de nodige agressie in de ploeg. Veel kansen levert het overwicht echter niet op en na negentig minuten spelen is er nog steeds geen beslissing gevallen. Na zes minuten in de verlenging is het uitgerekend ‘mister FC Twente’ Epi Drost die de ban breekt. De aanvoerder legt aan voor een van zijn befaamde afstandschoten en tot grote opluchting en blijdschap van de vele Twente-supporters verdwijnt de bal snoeihard achter doelman Nieuwenhout. Hierna controleert Twente de wedstrijd en tien minuten later verdubbelt Arnold Mühren vanaf elf meter de voorsprong. Kort voor het einde van de tweede verlenging sluit Jan Jeuring zijn loopbaan in stijl af door de 3-0 aan te tekenen.
Na de verloren finales tegen Den Haag en Borussia Mönchengladbach was de opluchting groot na afloop. ‘Veel jongens liepen toch naar het einde van hun carrière en zagen het als de laatste ultieme kans op een hoofdprijs. Daarom was de druk vooraf ook groot en speelden we waarschijnlijk ook zo gespannen.’ Na de bekeruitreiking keert de ploeg van Spitz Kohn terug naar Enschede. ‘Eerst hebben we wat gegeten bij Bad Boekelo, waarna we de stad introkken. Ik kan me nog herinneren dat we tot in de laatste uurtjes zijn doorgegaan, volgens mij bij Café het Bolwerk. De zaterdag erop kregen we een rondrit door de stad en werden we gehuldigd op het stadhuis. Echt onvergetelijk’.
Bruggink speelde uiteindelijk ruim 10 jaar bij FC Twente en maakte de hoogtijdagen van de club van nabij mee. ‘Hoewel ik dus niet veel aan spelen toekwam heb ik het altijd enorm naar mijn zin gehad. Dat was ook de hoofdreden dat ik nooit ben vertrokken. De mentaliteit in het Oosten sprak me aan en ik voelde me prima thuis bij de club.’ In 1981 neemt Bruggink afscheid van het betaalde voetbal. ‘Ik kreeg last van blessures en bovendien stonden er een aantal jeugdspelers klaar om het roer over te nemen. Na zijn carrière blijft hij in Enschede wonen en runt er 25 jaar lang een sportzaak. Tegenwoordig werkt hij nog een aantal uren per week in diezelfde sportzaak, de rest van de dagen geniet hij van zijn vrije tijd.
De wedstrijd
Klik hier voor statistieken van dit duel
Video
Met dank aan Kor de Klein voor het samenstellen van onderstaande beelden




