Top 65

Nummer 34: Benno Huve


Veel te vroeg kwam er een einde aan de carrière van Benno Huve. Al op 26-jarige leeftijd moet de felle verdediger noodgedwongen stoppen met voetballen. De voetballer van het eerste uur kende een geweldige tijd bij FC Twente.

“We speelden met Sportclub Enschede vaak tegen de Enschedese Boys. Ook in de jeugd waren dat topwedstrijden. Soms stonden er wel 4000 toeschouwers langs de lijn. Het was een enorme strijd tussen de twee clubs. Toen kwam de fusie, de goede spelers van het eerste gingen mee naar FC Twente en ik kreeg een jeugdcontract. Na de fusie merkte ik niets meer van die rivaliteit.

Het eerste jaar van FC Twente was een minder seizoen. Friedrich Donenfeld was een wat oudere trainer die de spelers vooral veel liet lopen. Ik speelde het eerste seizoen van FC Twente maar twee wedstrijden. Na dat jaar kwam Kees Rijvers. De organisatie verbeterde en er zat meer lijn in het spel. Ten opzichte van Donenfeld liet Rijvers ons voornamelijk oefeningen met de bal doen. Met Rijvers kwamen er ook heel veel andere goede voetballers zoals bijvoorbeeld Dick van Dijk. We hadden een goede ploeg waar andere teams tegenop keken.

In de jeugd begon ik als spits of linksbinnen. Ik zakte eigenlijk steeds een linie terug en toen ik debuteerde tegen het militaire elftal kwam ik terecht in de achterhoede. Ik verving Willem de Vries en als er een goede spits bij de tegenstander rondliep speelde ik als mandekker. Ik kwam tegenover voetballers als Johan Cruijff en Ove Kindvall te spelen en anders voetbalde ik vaak als controlerende middenvelder.


Benno Huve, achterste rij en tweede van rechts, voorafgaand aan een treffen met Feyenoord.

De 5-1 thuiszege in 1968 op Ajax staat mij nog goed bij. Dat was een hele gebeurtenis. Bij Ajax voetbalden naast Cruijff destijds ook andere goede voetballers als Johan Neeskens en Piet Keizer. Over die wedstrijd hebben supporters lang na kunnen praten. Ook de wedstrijden in de Europa Cup tegen Juventus zal ik nooit vergeten. Tijdens de wedstrijd in Turijn speelde ik tegen de spits Helmuth Haller. Dat was een echte smeerlap. Elke keer als die man bij me in de buurt kwam spuugde hij weer. Het speeksel droop van mijn shirt af. Ik heb hem toen gezegd dat hij in Enschede wat kon verwachten. Hij was daar zo van onder de indruk dat hij in Enschede voor de return niet aan de aftrap verscheen.

Ook de wedstijd tegen Dynamo Tiblisi in Georgië staat me nog helder voor de geest. We vlogen in een oude Tupolev zonder enige vorm van comfort naar Tiblisi. De landingsbaan van het vliegveld was bedekt met gaten en kuilen. Bij de landing stuiterden we zo hard over de landingsbaan dat we dachten het niet te overleven. Dat was niet het enige drama. Elke uitwedstrijd gingen er natuurlijk ook supporters mee. Veel van die supporters kregen vervelende darmproblemen door het vreemde voedsel in dat land. Sommige hadden geen broek meer over en moesten zich redden met onze trainingsbroeken. Tijdens de wedstrijd viel tot overmaat van ramp ook nog eens het licht uit.

In de jeugd van Sportclub Enschede voetbalde ik vaak op zaterdag met de jeugd en op zondag met het tweede. Ik denk dat ik aan dat drukke schema ook die vervelende spierblessures heb overgehouden. Tegenwoordig is het allemaal beter geregeld. Nu letten ze meer op belasting en is er betere begeleiding. Die blessures liepen als een rode draad door mijn carrière. Kees Rijvers hield mij eigenlijk de hand boven het hoofd. Ook al mocht het niet van de doktoren dan liet Rijvers me nog in de zeventigste of tachtigste minuut invallen. Hij zei dan altijd dat ik alleen moest controleren en verder mocht ik dan ook niets. Vaak vond hij dan nog dat ik teveel had gedaan. Ik was fel op het veld.

Ik was 26 jaar toen ik ben gestopt met voetballen. Noodgedwongen. In een wedstrijd tegen Fortuna Sittard scheurde ik mijn kruisbanden af. Tijdens die wedstrijd was het erg slecht weer. Ik had lange noppen onder mijn schoenen, controleerde een bal en wilde wegdraaien. Mijn voet bleef staan en de rest draaide weg. Er is mij verteld dat ze het op de tribunes hoorden kraken. Ik kon pas zes weken later geopereerd worden. De zwelling op mijn knie moest eerst wat afnemen.

Na die blessure is het nooit meer goed gekomen. Ik heb nog wel geprobeerd om terug te komen. Ik moest drie dagen zwaar trainen voordat ik een half uur kon spelen. Mijn knie was daarna gelijk weer dik. Dat ging niet langer. Ik speelde mijn laatste wedstrijd in de UEFA Cup tegen Las Palmas. Ik mocht invallen en maakte nog een doelpunt ook.

Ik heb een mooie tijd bij FC Twente gehad. Daarna ging al mijn energie en tijd naar onze bloemenwinkel. Van mijn knie heb ik nu nog steeds last. Ik heb nog regelmatig contact met oude ploeggenoten van toen. Eens in de drie maanden doen we wat geld bij elkaar en dan organiseert één van de oud-spelers iets. Als er straks meer ruimte in het Arke Stadion is hoop ik samen met hen op de tribune naar de wedstrijden te kunnen kijken.'


Na zijn loopbaan stopte Benno Huve zijn energie in een eigen bloemenwinkel

 

HOOFDSPONSOR
E-mailadres
Wachtwoord
BEN JE NOG GEEN LID?
MELD JE DAN HIER AAN
 
Disclaimer | © 2010 Deze site is ontwikkeld door TriMM in samenwerking met Ontwerpatelier