Twaalf seizoenen lang was André Karnebeek een vertrouwd gezicht in de defensie van FC Twente. Tussen 1989 en 2001 kwam de in Goor geboren verdediger tot 322 competitieduels in het eerste elftal. Toch was Karnebeek nooit een opvallende verschijning, een rol die de linkspoot ook nimmer ambieerde.
Klik hier voor wedstrijdbeelden van Andre Karnebeek
André Karnebeek begint met voetballen bij VV Twenthe Goor en verhuist op zijn vijftiende naar de jeugdopleiding van FC Twente. 'In de jeugd speelde ik onder meer met Sander Boschker, Erik ten Hag, Berthil Ter Avest, Clemens Zwijnenberg, Wilfried Elzinga en Gino Weber. Laatsgenoemde was echt zo goed als wordt gezegd, hij was echt het grote talent van FC Twente en perfect tweebenig. Maar dit was sowieso een goede lichting.'

Karnebeek debuteert op 12 augustus 1989 in het eerste van FC Twente, thuis tegen Roda JC (1-1). Mika Lipponen maakt het Twentse doelpunt. 'En ik geloof dat René Hofman voor Roda JC scoorde', herinnert Karnebeek zich. 'Ik kan me niet alle wedstrijden meer voor de geest halen, maar mijn debuut wel, ik stond direct in de basis. Ik kwam destijds bij de selectie door het overlijden van Andy Scharmin bij de SLM-ramp. Ik kwam uit de jeugd en speelde mezelf eigenlijk direct in het eerste elftal. Rondom mijn debuutwedstrijd was ik vooraf wel een beetje gespannen, maar na het eerste fluitsignaal was dat direct weg. Veel druk voelde ik niet. Als jeugdspeler ben je nog wat vrijer daarin, speel je onbevangen. Pas later verwachten mensen dat je altijd goed presteert.'
Karnebeek speelt vanaf dat moment zo goed als alle wedstrijden onder toenmalig trainer Theo Vonk en diens assistent Ronald Spelbos. FC Twente eindigt in die tijd regelmatig op de derde plaats en heeft elk jaar een goed elftal. 'De beleving onder het publiek was echter wel anders dan nu het geval is. Het stadion is nu veel groter, er hangt meer sfeer. Niets ten nadele van het Diekman, maar door die sintelbaan was het wel vaak wat minder sfeervol. Ook was Vak-P niet overdekt, waardoor het geluid direct wegvloog.'
Voor veel supporters van de jongere generaties is de bekerfinale van 2001 het mooiste FC Twente-moment uit hun leven. Zo ook voor veel spelers, waaronder Karnebeek. 'Het kon toen niet mooier, PSV was de best denkbare tegenstander. Als je een andere club had getroffen, had je bijvoorbeeld nooit zoveel kaarten kunnen krijgen. Alle andere clubs zouden meer supporters meenemen dan PSV. Die club had destijds wel een topteam met onder meer Van Bommel, Van Nistelrooy en Waterreus.' Karnebeek start niet in de basis, maar mag in de verlenging invallen voor Patrick Pothuizen. In de strafschoppenserie doet de clubman wat van hem verwacht wordt: scoren. 'Als ik had gemist was het meteen afgelopen geweest. Het was pas de eerste (en laatste, red.) officiële penalty die ik mijn leven nam. Zenuwachtig was ik niet, dat viel honderd procent mee. Pas achteraf ga je daar over nadenken. Ik was vrij zeker van mijn zaak. Later bleek dat het een van mijn laatste balcontacten voor FC Twente is geweest, want daarna heb ik nog maar in één competitiewedstrijd meegedaan.'

In het seizoen volgend op de bekerwinst komt Karnebeek onder toenmalig trainer John van ’t Schip in het geheel niet meer in actie en in maart 2002 vertrekt hij zelfs. 'Ik had in het begin van dat seizoen een achillespeesblessure. Toen ik terugkwam zag Van ’t Schip het niet meer in me zitten.' Het volgende station in Karnebeek’s loopbaan is Schotland, waar hij bij Dunfermline ging spelen. 'Bij FC Twente heb ik uiteraard mijn mooiste periode meegemaakt, maar Schotland was ook heel mooi. Een andere cultuur, andere mensen, een mooi land. Daar heb ik twee jaar lang ook enorm genoten. Helaas was ik daar veel geblesseerd. Je merkt toch dat wanneer je iets ouder wordt, je eigenlijk elke week moet spelen om makkelijk terug te kunnen keren van blessures. Het herstel van spierblessures duurt anders veel langer. Het voetbal in Schotland is heel anders, veel hoger tempo, terugspelen naar de keeper is er niet bij. In het begin moest ik daar enorm aan wennen, ik was de Nederlandse stijl gewend. Ik heb in Schotland overigens nog veel gehad aan oud-ploeggenoot Rob McKinnon, die heeft me daar een beetje wegwijs gemaakt.'

Het Schotse avontuur van Karnebeek duurt helaas niet zo lang. De verdediger speelt weinig en bovendien raakt zijn vrouw Saskia zwanger. ‘Toen hebben we gezegd: het is toch wel fijn om de familie om je heen te hebben.' De Graafschap werd zijn nieuwe club. 'Maar dat werd niet zo’n succes.' Karnebeek is ook in Doetinchem veel geblesseerd en kan bovendien niet door één deur met trainer Gert Kruys. 'In die tijd ben ik ook begonnen met de verbouwing van mijn huidige woning (Karnebeek woont in het landelijke Beckum, red.), en toen vond ik het qua voetbal wel best.' Karnebeek neemt na het seizoen 2004/2005 officieel afscheid als profvoetballer. Tegenwoordig werkt hij bij een zaak in bouwmaterialen in Delden, waar hij zich bezighoudt met de verkoop van vloeren. 'Het is werk dat ik met veel plezier doe. Ik werk er nog niet heel lang, pas sinds mei 2007. Het was mijn eerste baan na mijn voetballoopbaan.'
De inmiddels 37-jarige Karnebeek volgt FC Twente nog altijd op de voet. Zo pikt hij regelmatig een wedstrijd mee in het Arke Stadion. 'Dat vind ik altijd wel leuk, zo spreek ik ook nog eens wat oud-collega’s. Daarbuiten spreek ik nog maar weinig jongens. Maar ik heb vrienden en voetbal altijd gescheiden gehouden. Mensen vinden dat soms raar, maar ook bij een gewone baan ben je niet bevriend met al je collega’s. Ik heb wel het gevoel dat spelers vroeger meer met elkaar omgingen dan tegenwoordig. Nu zijn spelers nog meer dan vroeger passanten geworden. Als je twee elftalfoto’s met elkaar vergelijkt, dan staan er elk jaar weer zoveel nieuwe spelers op. Vroeger bleven spelers vaak wel iets langer bij hun club. Twente is wat dat betreft momenteel nog wel een uitzondering, met zoveel spelers uit de eigen opleiding.'

Helemaal gestopt met voetballen is Karnebeek niet, hij voetbalt nog in het vijfde elftal van zijn eerste club VV Twenthe Goor. 'De derde helft is belangrijker dan het voetbal zelf. Ik speel daar met allemaal vrienden, eerst lekker voetballen op het laagste niveau (zevende klasse, red.) en dan een biertje. Als enige oud-prof moest ik me wel aanpassen aan het niveau, je moet echt een knop omzetten. Als je wilt presteren, ga je je irriteren. Dan kun je beter op een hoger niveau gaan spelen.' Daarnaast doet Karnebeek af en toe mee met Oud FC Twente. 'Dat is slechts vijf keer per jaar en er doen veel jongens mee met wie ik ook nog heb samengespeeld.'
De spotlights zijn niet vaak meer gericht op Karnebeek, die ook als voetballer vrij anoniem bleef. Geen probleem voor de Gorenaar. 'Het zit niet in mijn karakter om op de voorgrond te treden, als speler was ik ook niet heel opvallend. Dat heb ik ook nooit geambieerd, ik ben gewoon een nuchtere Tukker die zijn werk goed doet en zich afzijdig houdt van de randzaken. Na mijn loopbaan ben ik weinig in de openbaarheid getreden, maar dat geldt voor wel meer voetballers. Ik heb nog wel trainersdiploma’s gehaald bij FC Twente waarmee ik een club in de tweede klasse zou mogen trainen. Ik doe hier niks mee, daar ontbreekt me de tijd voor door mijn werk, de kinderen en omdat ik zelf nog voetbal. Ik heb bij FC Twente destijds met veel plezier met René Nijhuis de B1 getraind en ik kon de D1 gaan trainen, maar dat was niet te combineren met een gewone baan.'

'Ik mag zeker niet klagen over mijn loopbaan, als je kijkt hoeveel wedstrijden ik heb gespeeld... Veel jongens zullen daar alleen maar van dromen. Ik heb ook wel alles eruit gehaald wat er in zat. Ik was geen voetballer met mooie acties, wist wat ik kon en wat ik niet kon. Daar heb ik toch maar mooi alle vertegenwoordigende elftallen mee gehaald vanaf Oranje onder 15 tot en met Jong Oranje en het Olympisch Elftal. Er is nooit belangstelling geweest van topclubs, maar helemaal voor het Bosman-arrest was het voor spelers moeilijk om te vertrekken. In mijn tijd bij Twente heb ik eens met AZ gesproken, maar als je het goed hebt, waarom zou je dan weggaan?'
Europese uitwedstrijden waren altijd een mooie belevenis voor Karnebeek, in een tijd waarin trainingskampen nog niet zo vanzelfsprekend zijn als in de huidige tijd. 'Tegenwoordig gaan clubs heel vaak op trainingskamp, toen was het alleen rondom dat soort duels. Er was meer media-aandacht, het had iets extra’s en het was een bekroning op iets dat je het voorgaande seizoen had bereikt met de club. Plus dat je nog eens ergens komt. Met Dunfermline ben ik eens in Nieuw-Zeeland geweest, met Twente in China. Het lijkt echter wel vaak mooier dan dat het is. Het is vaak reizen, hotel, voetbal, en weer terug. Je hebt eigenlijk geen vrije tijd, soms gingen we na een wedstrijd direct weer naar het vliegveld. In Nieuw-Zeeland hadden we bijvoorbeeld één halve middag vrij.’
De wilde verhalen over trainingskampen kloppen volgens Karnebeek wel, ook bij FC Twente lag niet iedereen braaf om elf uur in bed. 'Trainingskampen zijn overal hetzelfde. Erop uitgaan hoort erbij en is goed voor de teambuilding. Een mooie belevenis was een trainingskamp met FC Twente in Callantsoog, waar we mee deden aan een vriendschappelijk toernooi. Issy ten Donkelaar was nog trainer. We moesten om 12 uur terug zijn in het hotel, maar Marco Borsato trad later op de avond op in een discotheek. Hij was toen net aan het doorbreken als zanger. We gingen met taxi’s keurig op tijd terug naar het hotel, maar stapten aan de andere kant ook net zo mooi weer in de taxi. De volgende ochtend zat iedereen keurig op tijd aan het ontbijt, op één iemand na. Uitgerekend Ten Donkelaar had zich verslapen...'
