Evert Bleuming speelde tussen 1979 en 1988 bijna tweehonderd wedstrijden voor FC Twente. Sinds 2001 is hij terug op het oude nest. Eerst als trainer en sinds 2008 als Hoofd Profscouting. 'Na al die jaren ben ik een echte clubman geworden.'
Klik hier voor een videofragment
van Evert Bleuming
Bleuming ziet op 30 september 1959 het levenslicht in het Drentse Dalen, onder de rook van Coevorden. Zijn ouders runnen een boerderij, waar hij samen met zijn oudere en jongere zus opgroeit. Al op 16-jarige leeftijd maakt hij zijn debuut voor de plaatselijke voetbaltrots V.V.Dalen, dat met de jonge Bleuming in haar gelederen in korte tijd promoveert van de vierde naar de tweede klasse KNVB. Na het seizoen 1977-1978 toont FC Twente al belangstelling, maar Bleuming houdt de boot af. ‘Op dat moment was mijn vader ziek en kon ik op de boerderij niet gemist worden’. FC Twente toont, in de persoon van Ton van Dalen, begrip voor zijn situatie en klopt een jaar later opnieuw aan. ‘Toen ging het gelukkig weer goed met mijn vader en kon ik de overstap naar Enschede maken’.
Bleuming komt bij FC Twente terecht in het C-elftal, het toenmalige beloftenteam. ‘Destijds had je nog geen jeugdteams en kwam je pas op latere leeftijd in het profvoetbal. In dat team speelde ik samen met onder andere Tjalling Dilling, Fred Rutten, Paul Krijnsen, Paul Leijenaar, John Scheve en Theo Snelders’.
Het is de tijd dat de gloriejaren in Enschede net achter de rug zijn en de jeugd nadrukkelijk een kans krijgt. Bleuming profiteert hiervan, want binnen een half jaar maakt hij al zijn debuut in de Twentse hoofdmacht, op 4 november 1979 in de thuiswedstrijd tegen Go Ahead Eagles. Hoewel de echte succesjaren dus achter de rug zijn is de concurrentie eind jaren zeventig/begin jaren tachtig groot. Bleuming moet in de voorhoede met onder meer Hallvar Thoresen, Manuel Sanchez Torres, Ab Gritter, Soren Lindsted en Ferdi Rohde strijden voor een plek in de basiself. Ook buiten Enschede valt het spel van de snelle rechtsbuiten in de smaak, want Bleuming wordt geselecteerd voor Jong Oranje en later voor het Olympisch elftal. In het seizoen 1982-1983 heeft de snelle rechtsbuiten eindelijk een vaste basisplaats veroverd. Uitgerekend in dat seizoen gaat het echter helemaal mis met de Enschedese voetbaltrots. Wat niemand in Nederland ooit voor mogelijk hield, gebeurt toch; FC Twente degradeert naar de eerste divisie.

Fritz Korbach neemt het roer over van Spitz Kohn en aan de hand van de markante trainer bloeit ook Bleuming op. ‘Het liep echt fantastisch in die periode, ik scoorde veel en stond ook in de belangstelling van verschillende binnen –en buitenlandse clubs’.
Maar vlak voor het einde van de competitie, wanneer het al lang duidelijk is dat FC Twente het uitstapje naar de eerste divisie tot een jaar zal beperken, slaat het noodlot voor Bleuming toe. In de thuiswedstrijd tegen RBC op 8 april 1984 scheurt hij zijn kruisband af. FC Twente eindigt het seizoen uiteindelijk als tweede, achter kampioen MVV en keert zodoende na een jaar afwezigheid weer terug in de eredivisie. (n.b. in die tijd promoveerden de eerste twee clubs nog rechtstreeks naar de eredivisie).
‘Voor mij persoonlijk was die blessure toch wel een smetje op de promotie, zeker ook omdat die kruisbandblessure me in de rest van mijn carrière is blijven achtervolgen. Ik denk dat ik een van de eerste spelers was met een dergelijke blessure. Tegenwoordig wordt een kruisband die afgescheurd is vervangen, maar dat was destijds niet aan de orde. In die jaren erna heb ik altijd last van mijn knie gehouden en bovendien kreeg ik ook last van allerlei bijkomende blessures. Ik heb veel spierblessures gehad, mijn kuit– en scheenbeen gebroken, etc. Helemaal 100% fit ben ik nooit meer geworden en daardoor heb ik helaas niet het maximale uit mijn carrière kunnen halen’.

Terug in de eredivisie beleeft Bleuming nog enkele mooie jaren, waaronder het seizoen 1986-1987 onder trainer Kees Rijvers (‘een hele goede trainer, die ook keek naar de mens achter de voetballer’). Mede door blessureleed raakt hij onder Theo Vonk echter zijn basisplaats kwijt en laat hij zich in de winterstop van het seizoen 1987-1988 verhuren aan Go Ahead Eagles. Hoewel de Deventenaren hem graag over willen nemen, ontbreken hiervoor de financiën in de koekstad.
Bleuming laat zich verleiden door een aanbod van Heracles. ‘Ik denk dat ik misschien wel een van de weinige spelers ben die zowel in Enschede als Almelo een fijne tijd heeft gehad, want ook bij Heracles heb ik twee leuke jaren beleefd. We hadden een goed team en in mijn laatste jaar werden we tweede achter het ongenaakbare SVV van Dick Advocaat.’
In 1990, hij is dan net 31 jaar, moet Bleuming noodgedwongen zijn voetballoopbaan beëindigen. ‘Ik kreeg wederom last van blessures, waardoor het echt niet meer ging. Tijdens mijn voetbaljaren ben ik altijd bij de Rabobank blijven werken en besloot toen om daar fulltime aan de slag te gaan’.
Toch laat het voetbal Bleuming niet los en begin jaren negentig polst Epi Drost, destijds trainer van Stevo uit Geesteren, hem om de hoofdklasser te versterken. Aanvankelijk als speler maar al snel vervult Bleuming de rol van speler/assistent-trainer. ‘Ik had bij FC Twente natuurlijk nog met hem gespeeld en keek in die tijd enorm tegen hem op. Bij Stevo heeft hij me echt warm gemaakt voor het trainersvak en me gestimuleerd mijn trainersdiploma’s te halen. Je kunt gerust stellen dat ik dankzij hem nu nog steeds werkzaam ben in de voetballerij. Epy was een geweldige vent en in die jaren bij Stevo zijn we echte vrienden geworden’.

In het seizoen 1993-1994 wordt Stevo, onder leiding van Drost en met Bleuming als speler/trainer, zelfs algeheel amateurkampioen.Een jaar later overlijdt Drost, waarna het Stevo-bestuur Bleuming vraagt om hoofdtrainer te worden. Bleuming blijft tot 1998 in Geesteren, waarna hij de overstap maakt naar het ambiteuze AGOVV uit Apeldoorn. ‘Bij AGOVV waren ze destijds al volop bezig met een terugkeer in het betaalde voetbal. Dat was te merken aan de leiding die niet bepaald geduldig was. Het eerste jaar ging het goed en pakten we onder meer een periodetitel, maar in het tweede jaar verloren we een paar wedstrijden, waarna ik ontslagen werd. Tja, zo gaat het nou eenmaal in de voetballerij. Die ervaringen horen er ook bij, maar ik kijk er overigens zonder rancune op terug en spreek ook nog geregeld mensen uit die tijd’.
In 2001 vraagt FC Twente Bleuming om jeugdtrainer te worden. Hij hoeft er geen seconde over na te denken. ‘Het was voor mij een eer dat FC Twente mij vroeg en bovendien een fantastische uitdaging om aan de slag te gaan bij de club waar je hart ligt’. Na het jeugdtrainerschap wordt Bleuming onder meer assistent-trainer onder Rini Coolen en Jan van Staa. Later wordt hij trainer van de beloften, waarmee hij samen met Cees Lok in 2007-2008 kampioen wordt. Tijdens dat seizoen combineert Bleuming zijn trainerstaken al met zijn werk als scout. Sinds 2008 is hij fulltime Hoofd Profscouting bij FC Twente. ‘Een fantastische baan, waarbij ik samenwerk met een aantal geweldige collega’s in een hecht team’.
Naast zijn scoutingswerkzaamheden maakt Bleuming ook wedstrijdanalyses voor Steve McClaren. ‘Zodoende zie ik ontzettend veel wedstrijden in binnen- en buitenland. Hartstikke leuk om te doen en ik hoop dan ook nog jaren voor FC Twente te mogen werken’.
